Wat is een oordeel
Een oordeel is de uitkomst van een onderzoek van de CGB naar een specifiek geval van ongelijke behandeling. Het is het eindresultaat van een procedure tussen twee partijen: de verzoeker en de verweerder. In het oordeel staat of de CGB vindt of er in strijd is gehandeld met de gelijkebehandelingswetgeving. Ook staat er soms een aanbeveling in.
Het oordeel van de CGB is juridisch niet bindend. 85% van de oordelen wordt echter opgevolgd. Bij een eventuele rechtszaak moet de rechter het oordeel van de CGB meenemen in de toelichting op het vonnis. Áls de rechter al afwijkt van het oordeel van de CGB dan mag dat alleen gemotiveerd. In ruim 70% van de gevallen volgt de rechter het oordeel van de Commissie.
De oordelen door de CGB zijn voor iedereen toegankelijk. Bovendien kan de CGB actief de publiciteit zoeken met een oordeel om ongelijke behandeling in de toekomst te voorkomen. Of om een complex oordeel toe te lichten.
Verzoeker/verweerder
Als u zich ongelijk behandeld voelt, kan dat een gevoel van onmacht en onrechtvaardigheid geven. Door de CGB om een oordeel te vragen, kunt u wat doén met dat gevoel. Degene door wie u zich ongelijk behandeld voelt moet zich dan immers richting de CGB verantwoorden. Als u de Commissie vraagt om een oordeel te geven, omdat u zich ongelijk behandeld voelt, bent u een verzoeker.
Meer over de verzoeker
De partij waarvan de verzoeker stelt dat deze ongelijk behandelt, is de verweerder.
Meer over de verweerder Oordeel eigen handelen
In de regel oordeelt de Commissie Gelijke Behandeling over klachten van mensen die menen gediscrimineerd te zijn. Het is echter ook heel goed mogelijk dat een organisatie bepaalde regelingen heeft, en zich afvraagt of deze regelingen wel kloppen met de gelijkebehandelingswetgeving. De organisatie kan een oordeel eigen handelen aanvragen door de regeling voor te leggen aan de Commissie.
Meer over een oordeel eigen handelen
Voorbeelden oordeel eigen handelen:
- Een oordeel eigen handelen kan door een school worden gevraagd over kledingvoorschriften. Als de school van plan is het dragen van een gezichtsbedekkende sluier te verbieden, wordt onderscheid op grond van godsdienst gemaakt. Echter, er zijn uitzonderingsgronden en het kan zijn dat de school hiervoor goede redenen heeft.
- Een bedrijf kan vragen of het speciaal voor ouderen regelingen mag treffen die het werk voor hen makkelijker maken. Te denken valt aan extra vrije tijd of aangepast werk. Het zou hierbij om onderscheid op grond van leeftijd kunnen gaan, omdat alleen ouderen van deze regelingen kunnen profiteren.
- Ook kan de vraag worden voorgelegd of een speciale bonusregeling voor zwangere vrouwen, die een paar maanden afwezig zijn in verband met hun zwangerschap en dus geen omzet draaien, wettelijk is toegestaan. Gaat het hierbij om onderscheid op grond van geslacht?